Het doel van investeren

Samenvatting

Centraal in dit artikel staan vragen als: waarom investeren? Met welk doel investeren? Daarnaast is er onderscheid gemaakt naar de verschillende soorten investeringen: de objectgerichte investeringen, de effectgerichte investeringen en de overige investeringen. De twee eerstgenoemde soorten investeringen komen uitvoerig aan bod. Ook treft u twee berekeningsmethoden aan, te weten: de statische investeringsberekeningen en de dynamische investeringsberekeningen. Deze berekeningsmethoden stellen u in staat de investeringen in kapitaalgoederen te beoordelen.

Waarom investeren, welk doel heeft investeren?

Men investeert (geldmiddelen) om daarvoor een tegenprestatie of tegenwaarde te ontvangen. Deze tegenwaarde of tegenprestatie kan verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld producten (bij investering in een machine) of geld (bij investering in aandelen of obligaties van een bedrijf). Het uiteindelijke doel van elke investering is echter het opleveren van meer geldmiddelen dan er aan het begin van de investering ingestoken is.

In bedrijfsadministratieve zin wordt meestal pas van een investering gesproken als het object waarin de geldmiddelen zijn geïnvesteerd, wordt geactiveerd in de administratie van het bedrijf, waarna er in de loop van de tijd meestal over wordt afgeschreven. Daarnaast zijn echter ook andersoortige en meer overdrachtelijke investeringen mogelijk, bijvoorbeeld 'investeringen' in reclame om een sterk merk en/of naamsbekendheid op te bouwen; of 'investeringen' in goede contacten met distributeurs om een sterk distributienetwerk op te bouwen.

Voor een voorbeeld klik hier. X 

Voorbeeld investeringsmodel

Investeringsmodel Model 'A' Model 'B' Model 'C'
Jaar
Jaar 0 Uitgaven 20.000 20.000 20.000
Jaar 1 Inkomsten 8.000 10.000 15.000
Jaar 2 Inkomsten 8.000 10.000 15.000
--------- ---------- -----------
Totale inkomsten 16.000 20.000 30.000
Verschil:
inkomsten -/- uitgaven -4.000 0 10.000

Een investering loont alleen, wanneer er op zijn minst zoveel uit de investering terugvloeit als ervoor is uitgegeven.

  • Model 'A'
    moet dus worden afgekeurd, aangezien de uitgaven voor de investering hoger zijn dan de inkomsten daaruit.
  • Model 'B'
    moet kritisch worden bekeken. De uitgaven zijn hier gelijk aan de inkomsten.
  • Model 'C'
    kan in eerste instantie positief worden beoordeeld. De inkomsten zijn hier hoger dan de uitgaven.

Soorten investeringen

Investeringen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld:

  1. objectgerichte investeringen; X 

    De objectgerichte investeringen

    Dit is een indeling van investeringen in categorieën op basis van het object waarin wordt geïnvesteerd. Deze indeling sluit aan bij de indeling die in jaarrekeningen wordt gehanteerd:

    1. investeringen in kapitaalgoederen
      Dit kunnen ook investeringen in niet-financiële activa of productieve investeringen worden genoemd. Hiertoe worden alle investeringen in materiële vaste activa (kapitaalgoederen) gerekend.
    2. financiële investeringen
      Hiertoe worden alle investeringen in vaste activa bestaande uit financiële waarden gerekend, ofwel de financiële vaste activa. Dit zijn bijvoorbeeld investeringen die:
      • het karakter van vordering hebben (zoals banktegoeden, vastrentende waardepapieren (bijvoorbeeld obligaties), verleende kredieten); of
      • investeringen die het karakter van deelnemingen hebben (zoals aandelen en andersoortige deelnemingen in andere bedrijven); of
      • het bezit van aandelen in andere bedrijven die niet het karakter van deelneming hebben; of
      • het bezit van andere soorten effecten.
    3. immateriële investeringen
      Hierbij gaat het om alle investeringen die erop gericht zijn de marktpositie van het bedrijf te behouden en/of te versterken en uit te bouwen. Dit noemen we ook wel de immateriële vaste activa. Hiertoe behoren investeringen zoals:
      • onderzoek en ontwikkeling;
      • aankopen van merken;
      • octrooien;
      • (betaalde) goodwill.
      In titel 9, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) staat omschreven onder welke voorwaarden investeringen die in deze categorie vallen, mogen worden geactiveerd.
  2. effectgerichte investeringen; X 

    De effectgerichte investeringen

    Dit is een indeling van investeringen in categorieën op basis van het beoogde effect of de reden waarom de investering wordt gedaan. Daarbij valt te denken aan:

    • Oprichtingsinvesteringen
      Investeringen die ten behoeve van de oprichting van een bedrijf worden gedaan. Soms ook wel nieuwe investeringen, eerste investeringen of startinvesteringen genoemd. Deze investeringen mogen onder voorwaarden worden geactiveerd onder de 'immateriële vaste activa'.
    • Uitbreidingsinvesteringen
      Investeringen in uitbreiding van een bedrijf, gericht op het scheppen van nieuwe (extra) productiecapaciteit. Soms ook wel breedte-investeringen genoemd.
    • Vervangingsinvesteringen
      Investeringen in vervanging van reeds bestaande productiecapaciteit, die om technische of economische redenen niet meer bruikbaar is. Investeringsobjecten die niet meer kunnen worden gebruikt, worden vervangen door nieuwe, in principe gelijkwaardige investeringsobjecten, die in wezen beschikken over dezelfde technische gegevens en capaciteiten.
      Overigens zijn zuivere vervangingsinvesteringen tegenwoordig vrij zeldzaam. Vaak is door de voortgang van de stand van de techniek sprake van een nieuwe generatie machines met andere, verbeterde capaciteiten en kenmerken tegen de tijd dat een oude machine wordt vervangen.
    • Rationaliseringsinvesteringen
      Aanwezige investeringsobjecten worden vervangen door nieuwe objecten met meer prestatievermogen, die technisch beter zijn en/of beschikken over een hogere prestatiecapaciteit.
    • Omschakelingsinvesteringen
      Door substantiële verschuivingen in de afzet van producten die worden geproduceerd op verschillende machines, kan het nodig zijn omschakelingsinvesteringen te doen. Voor producten waarvan de afzet substantieel is gestegen, zijn extra machines nodig, terwijl voor producten waarvan de afzet substantieel is gedaald, machines kunnen worden afgestoten
    • Diversificeringsinvesteringen
      Deze investeringen lijken op omschakelingsinvesteringen, maar zijn het gevolg van bewuste beslissingen van het bedrijf zelf met betrekking tot de afzet van producten. In verband met wijzigingen in het afzetprogramma moeten nieuwe producten worden geproduceerd en andere, oude, niet meer marktconforme producten van de markt worden gehaald. Daarmee samenhangend kunnen investeringen in de aanschaf van nieuwe machines nodig zijn, c.q. kunnen oude machines worden afgestoten.
    • Consolideringsinvesteringen
      Om het voortbestaan van het bedrijf veilig te stellen c.q. een gezonde bedrijfsvoering te verzekeren, kunnen bijvoorbeeld de volgende investeringen worden gedaan:
      • deelname in of overname van een bedrijf dat grondstoffen levert;
      • onderzoek en ontwikkeling;
      • PR-campagnes;
      • milieumaatregelen.
  3. overige investeringen.

Berekeningsmethoden voor het beoordelen van investeringen in kapitaalgoederen

De statische investeringsberekeningen

Deze vorm van berekenen wordt bij bedrijven nog regelmatig toegepast, aangezien hij relatief eenvoudig kan worden gebruikt. Hij kent echter maar beperkte mogelijkheden voor een voldoende beoordeling van alternatieve investeringen.

Criteria en bijzondere eigenschappen van statische investeringsberekeningen:

Checklist Criteria statische investeringsberekeningen

  • De investeringsberekening heeft betrekking op maar één periode, meestal een gemiddelde periode. De berekening maakt daardoor geen onderscheid tussen kosten en opbrengsten die op verschillende momenten vallen (bijvoorbeeld lage kosten aan het begin van de investeringsperiode en hoge kosten aan het einde; of vice versa). Dit betekent dat een investering die in jaar één 10.000 euro aan kosten meebrengt en in jaar twee 90.000 euro, op dezelfde wijze zou worden gewaardeerd als een investering die in jaar één 80.000 euro en in jaar twee 20.000 euro kosten met zich meebrengt. In beide gevallen wordt bij de berekening namelijk uitgegaan van het gemiddelde van 50.000 euro per jaar.
  • De berekening houdt geen rekening met de tijdwaarde van geld.
  • De berekening houdt geen rekening met onderlinge afhankelijkheden (interdependentie).
  • De berekening is gebaseerd op kosten en opbrengsten, in plaats van inkomsten en uitgaven (kasstromen).

Theoretisch is deze methode niet de meest juiste, omdat hij geen rekening houdt met de tijdwaarde van geld en omdat hij uitgaat van kosten en opbrengsten in plaats van inkomsten en uitgaven. Daarom wordt deze methode hier niet verder toegelicht.

De dynamische investeringsberekeningen

De dynamische investeringsberekening is ingewikkelder dan de statische en kost daarom meer tijd. De resultaten van de berekening zijn daardoor echter exacter, gedifferentieerder en veelzeggender.

Checklist Resultaten dynamische investeringsberekeningen

  • De berekening is gebaseerd op meerdere perioden (alle relevante gebruiksperioden).
  • De berekening is gebaseerd op inkomsten en uitgaven in plaats van kosten en opbrengsten.
  • In de berekening wordt ook rekening gehouden met de tijdcomponent bij de kasstromen (de tijdwaarde van geld).

De afschrijving blijft in deze berekening buiten beschouwing omdat dit een kostenpost is, maar geen uitgave. Rentekosten blijven eveneens buiten beschouwing, aangezien in de disconteringsvoet al rekening wordt gehouden met rentekosten.

Conclusie

Een investering loont alleen wanneer er op zijn minst zo veel uit de investering terugvloeit als ervoor is uitgegeven. In dit artikel zijn de volgende investeringen aan de orde gekomen:

  1. objectgerichte investeringen, de indeling sluit aan bij de indeling in de jaarrekening;
  2. effectgerichte investeringen, de indeling is gebaseerd op het beoogde effect of de reden waarom de investering is gedaan.

Voor de beoordeling kunnen er twee berekeningsmethoden worden gehanteerd. Als eerste de statische investeringsberekeningen. Deze vorm wordt regelmatig toegepast maar kent beperkte mogelijkheden voor voldoende beoordeling van alternatieve investeringen. En tot slot de dynamische investeringsberekeningen, deze vorm van berekening is ingewikkelder dan de statische en vergt daarom meer tijd. De resultaten zijn echter exacter, gedifferentieerder en veelzeggender.

Direct aan de slag met Investeringsselecties: werkbladen in Excel!

Artikel als PDF downloaden

Vul hieronder uw e-mailadres in om de PDF-versie van dit artikel te ontvangen:

Invoer verplicht

Personeelsmanagement

Personeelsmanagement

Heeft u ook een verantwoordelijkheid in personeelsmanagement? Kijk dan ook op HR Praktijk Rapporten voor rapporten, whitepapers en e-books over bijvoorbeeld kostenvergoedingen, werkkostenregeling, personeelskosten, loonheffing en de auto van de zaak.

Facilitair management

Facilitair management

Projecten of vragen rondom facilitair management? Kijk dan ook op F-Facts Rapporten voor rapporten, whitepapers en e-books over bijvoorbeeld inkoop & aanbesteden, huisvesting, schoonmaak en energie.